Voorrangsregels bepalen wie er als eerste mag rijden. Ze lijken simpel, maar op het CBR theorie-examen gaat het juist vaak mis bij de uitzonderingen. In dit overzicht zetten we alle voorrangsregels op een rij: eerst de volgorde waarin je ze toepast, dan de drie basisregels en daarna elke uitzondering die je moet kennen.
Wat betekent voorrang hebben?
Voorrang hebben betekent dat jij als eerste mag gaan. Wie voorrang moet verlenen, mag jou niet dwingen om te remmen of uit te wijken. Voorrang is iets anders dan voor laten gaan: voorrang staat in de wet (RVV 1990), voor laten gaan doe je bijvoorbeeld uit veiligheid of beleefdheid. Wil je precies weten wat er van je verwacht wordt? Lees dan ook ons artikel over voorrang verlenen.
In welke volgorde gelden de voorrangsregels?
Niet elke regel is even sterk. Kijk altijd in deze volgorde:
- Aanwijzingen van een verkeersregelaar of de politie. Die gaan altijd voor, ook als een verkeerslicht iets anders aangeeft.
- Verkeerslichten.
- Verkeersborden en wegmarkeringen, zoals haaientanden.
- De algemene verkeersregels, zoals verkeer van rechts gaat voor.
Knippert het verkeerslicht oranje of staat het uit? Dan gelden de borden en markeringen weer. Zijn er ook geen borden of markeringen? Dan val je terug op de basisregels hieronder.

De drie basisregels
1. Verkeer van rechts gaat voor
Op een gelijkwaardig kruispunt geef je voorrang aan bestuurders die van rechts komen. Een kruispunt is gelijkwaardig als er geen borden, markeringen of verkeerslichten zijn, of als iedereen dezelfde borden heeft. Fietsers en bromfietsers zijn ook bestuurders, dus een fietser van rechts gaat voor jou. Voetgangers zijn geen bestuurders: voor hen geldt deze regel niet. Meer voorbeelden vind je in ons artikel over gelijkwaardige kruispunten.
2. Rechtdoor op dezelfde weg gaat voor afslaand verkeer
Rijden jullie op dezelfde weg en wil jij afslaan? Dan laat je het verkeer dat rechtdoor gaat eerst gaan. Dat geldt ook voor fietsers op een fietspad naast de weg en voor voetgangers die de weg oversteken waar jij inrijdt. Let op: deze regel geldt alleen voor verkeer op dezelfde weg. Komt iemand van rechts uit een zijweg, dan gaat regel 1 voor.
3. Korte bocht gaat voor lange bocht
Slaan jullie allebei af vanaf dezelfde weg en komen jullie uit tegengestelde richting? Dan gaat de bestuurder die de korte bocht maakt (rechtsaf) voor de bestuurder die de lange bocht maakt (linksaf). Wil je tegenligger rechtsaf en jij linksaf, dan wacht jij.
Voorrang geregeld met borden en haaientanden
Borden en markeringen gaan altijd voor de basisregels. Deze moet je direct herkennen:
- Voorrangsweg (oranje-witte ruit, bord B1): jij hebt voorrang op verkeer uit zijwegen, tot het bord einde voorrangsweg (B2).
- Voorrangskruispunt (borden B3, B4 en B5): jij hebt alleen voorrang op het eerstvolgende kruispunt. Lees meer over het voorrangskruispunt.
- Voorrang verlenen (omgekeerde driehoek, bord B6): jij geeft voorrang aan bestuurders op de kruisende weg.
- Stopbord (B7): je stopt volledig en verleent daarna voorrang.
- Haaientanden: deze hebben dezelfde betekenis als bord B6.
Borden en markeringen gelden voor bestuurders, niet voor voetgangers. Alle borden uitgelegd vind je in ons artikel over verkeersborden.

Uitzonderingen die je moet kennen
Onverharde weg
Kom je van een onverharde weg, zoals een zandweg, een verharde weg op? Dan geef je voorrang aan alle bestuurders op de verharde weg, ook als zij van links komen.
Uitrit en erf
Rijd je een uitrit of een erf uit, dan laat je al het verkeer voorgaan: bestuurders én voetgangers. Een uitrit herken je aan de uitritconstructie. De stoep of het fietspad loopt dan door, vaak met een verlaagde stoeprand.
Bijzondere manoeuvres
Wegrijden van een parkeerplaats, keren en achteruitrijden zijn bijzondere manoeuvres. Je laat dan al het overige verkeer voorgaan. Lees ook waar je wel en niet mag keren.
Trams
Op een gelijkwaardig kruispunt heeft de tram voorrang, ook als hij van links komt. Slaat een tram af, dan laat rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg hem voorgaan. Staan er borden of haaientanden voor de tram, dan moet de tram zich daar ook aan houden. Alles over de tram lees je in voorrangsregels voor de tram.
Bussen
Binnen de bebouwde kom laat je een lijnbus voorgaan als hij met zijn richtingaanwijzer aangeeft dat hij wil wegrijden van een bushalte. Buiten de bebouwde kom wacht de bus zelf. Meer hierover in wanneer heeft een bus voorrang.
Voorrangsvoertuigen
Politie, brandweer en ambulance met blauw zwaailicht én sirene zijn voorrangsvoertuigen. Je verleent ze direct vrije doorgang, zodra dat veilig kan. Lees hoe je dat doet in uitwijken voor een voorrangsvoertuig.
Militaire colonne en uitvaartstoet
Je mag een militaire colonne of een uitvaartstoet niet onderbreken. Wacht rustig tot de hele stoet voorbij is.
Voetgangers
Voetgangers zijn geen bestuurders, dus de meeste voorrangsregels gelden niet voor hen. Toch laat je ze in deze situaties voorgaan:
- op een zebrapad;
- als je afslaat en zij de weg oversteken waar jij inrijdt;
- als je uit een uitrit of erf komt;
- als iemand blind is en dat laat zien met een witte stok of geleidehond.
Waarom dit op het examen zo vaak misgaat, lees je in voorrang voor voetgangers.

Voorrang op een rotonde
Bij bijna elke rotonde staan haaientanden en een voorrang verlenen-bord. Dan heeft het verkeer óp de rotonde voorrang. Staan er geen borden en markeringen, dan geldt gewoon: verkeer van rechts gaat voor. Verlaat je de rotonde, kijk dan goed naar de borden en haaientanden bij het fietspad. Die bepalen of fietsers voorrang hebben.
Zo pak je een voorrangsvraag aan op het examen
Gebruik bij elke vraag hetzelfde stappenplan:
- Is er een verkeersregelaar of een werkend verkeerslicht?
- Welke borden en haaientanden zie je?
- Is het kruispunt gelijkwaardig? Kijk wie er van rechts komt, en let op een tram of een onverharde weg.
- Rijden jullie op dezelfde weg? Rechtdoor gaat voor afslaand verkeer.
- Slaan jullie allebei af? Korte bocht gaat voor lange bocht.
Een uitgewerkte voorbeeldsituatie vind je in wie heeft voorrang? Handige trucjes om alles te onthouden staan in onze ezelsbruggetjes.
Oefen met echte examensituaties
Voorrangsregels beheers je pas echt als je ze snel kunt toepassen. Oefen daarom met onze CBR oefenexamens of leer alles in één dag met de theoriecursus in 1 dag. Liever thuis in je eigen tempo? Kies dan de online theoriecursus.




.jpg)

