Wie regelmatig over de Nederlandse snelwegen rijdt, ziet ze vrijwel dagelijks: elektronische verkeersborden boven de weg. Soms tonen ze een lagere snelheid, soms een rood kruis of een pijl. Ook kunnen ze informatie geven over bijvoorbeeld een file of een naderende verkeerssituatie.
Deze digitale verkeersborden zijn een belangrijk onderdeel van modern verkeersmanagement. Maar wat betekenen de verschillende symbolen precies? En wanneer moet je er als automobilist daadwerkelijk naar handelen?
In dit artikel leggen we uit wat elektronische verkeersborden zijn, welke signalen je kunt tegenkomen en wat je als bestuurder moet doen.
Wat zijn elektronische verkeersborden?
Elektronische verkeersborden worden ook wel matrixborden of dynamische verkeersborden genoemd. Ze hangen meestal boven of naast de rijstroken en kunnen hun boodschap aanpassen aan de actuele verkeerssituatie.
In tegenstelling tot traditionele verkeersborden staat de informatie op een elektronisch bord niet permanent vast. Een verkeerscentrale kan de signalering bijvoorbeeld aanpassen wanneer er een ongeval gebeurt, een rijstrook wordt afgesloten of er plotseling een file ontstaat.
Matrixborden kunnen onder andere snelheden, pijlen en rode kruisen tonen. De signalering kan worden aangepast op basis van verkeersmetingen of door een verkeerscentrale worden ingesteld.
Waarom zijn elektronische verkeersborden nodig?
De verkeerssituatie op de weg kan in korte tijd veranderen. Een ongeval, plotselinge file, wegwerkzaamheden of slecht weer kan ervoor zorgen dat de normale verkeerssituatie verandert.
Elektronische verkeersborden maken het mogelijk om bestuurders snel te waarschuwen en het verkeer aan te passen aan de omstandigheden. Zo kunnen ze helpen om gevaarlijke situaties te voorkomen en het verkeer beter te laten doorstromen.
Je kunt elektronische verkeerssignalering bijvoorbeeld tegenkomen bij:
- een plotselinge file;
- een ongeval of pechgeval;
- wegwerkzaamheden;
- slecht weer, zoals mist of gladheid;
- een afgesloten rijstrook;
- een verkeerssituatie waarbij een lagere snelheid nodig is.
Voor bestuurders betekent dit dat je niet alleen op vaste verkeersborden moet letten. Ook de signalering boven de weg kan belangrijke verkeersinformatie geven.
De belangrijkste signalen op elektronische verkeersborden
Elektronische verkeersborden kunnen verschillende symbolen en snelheden tonen. Vooral een rood kruis, een pijl en een aangegeven maximumsnelheid zijn belangrijk om te herkennen.
Een rood kruis

Een rood kruis boven een rijstrook betekent dat je die rijstrook niet mag gebruiken.
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een ongeval, wegwerkzaamheden, een obstakel op de weg of een andere gevaarlijke situatie. Zie je tijdens het rijden een rood kruis boven jouw rijstrook, dan moet je zo snel en veilig mogelijk naar een andere beschikbare rijstrook gaan.
Blijf dus niet doorrijden op een rijstrook met een rood kruis totdat je bij het obstakel of de afsluiting bent.
Een rood kruis is geen advies. Het is een verkeerssignaal waaraan je je moet houden.
Een pijl

Op elektronische verkeersborden kan ook een pijl worden weergegeven. Deze kan aangeven dat je van rijstrook moet veranderen, bijvoorbeeld omdat de rijstrook verderop wordt afgesloten.
Zie je een pijl die aangeeft dat je moet opschuiven? Begin dan op tijd met het zoeken naar een geschikte plek om van rijstrook te wisselen. Houd daarbij rekening met het overige verkeer en zorg ervoor dat je veilig kunt invoegen.
Bij een afsluiting kan de signalering veranderen van een pijl naar een rood kruis. Blijf daarom goed letten op de borden boven de weg.
70, 80 of 100 km/u

Een aangegeven snelheid op een elektronisch verkeersbord is een maximumsnelheid. Het is dus geen vrijblijvende adviessnelheid.
Als een matrixbord bijvoorbeeld 70 km/u toont, mag je op dat moment maximaal 70 km/u rijden. Ook als de snelheid lager is dan de normale maximumsnelheid op dat wegvak, moet je de aangegeven snelheid opvolgen.
De snelheid kan later weer worden verhoogd wanneer de verkeerssituatie verandert.
Hoe weten elektronische verkeersborden wanneer ze moeten veranderen?
Achter de elektronische verkeerssignalering zit een uitgebreid verkeersmanagementsysteem. Verkeersgegevens worden voortdurend verzameld en gebruikt om de actuele situatie op de weg in beeld te brengen.
Zo kunnen metingen informatie geven over het aantal voertuigen en hun snelheid. Wanneer blijkt dat het verkeer langzaam rijdt of stilstaat, kan de verkeerssignalering worden aangepast.
Ook informatie over bijvoorbeeld de volgende situaties kan een rol spelen:
- verkeersintensiteit;
- gemiddelde snelheid;
- files;
- ongevallen;
- wegwerkzaamheden;
- verkeerscamera's;
- actuele verkeersmeldingen.
Op basis van deze informatie kunnen verkeerscentrales bepalen welke signalering op de weg nodig is. Daardoor kunnen bestuurders eerder worden gewaarschuwd voor een veranderende verkeerssituatie.
Matrixborden en dynamische route-informatie
Niet ieder digitaal verkeersbord heeft dezelfde functie.
Naast matrixborden zijn er bijvoorbeeld DRIP's: Dynamische Route Informatie Panelen. Dit zijn grotere digitale informatiepanelen die bestuurders kunnen informeren over bijvoorbeeld files, reistijden en alternatieve routes.
Een DRIP kan bijvoorbeeld laten zien dat een bepaalde bestemming via de ene route sneller bereikbaar is dan via een andere route. De bestuurder krijgt daarmee informatie die kan helpen bij het maken van een routekeuze.
Het verschil met een matrixbord is belangrijk. Een matrixbord boven een rijstrook kan een verkeersmaatregel tonen, zoals een maximumsnelheid of een rood kruis. Een DRIP is vooral bedoeld om verkeersinformatie te geven en bestuurders te helpen bij hun routekeuze.
Wat betekenen elektronische verkeersborden voor jou als automobilist?
Digitale verkeersinformatie vraagt vooral om aandacht en aanpassingsvermogen. De signalering kan tijdens je rit veranderen, bijvoorbeeld omdat de verkeerssituatie verderop verandert.
Let daarom tijdens het rijden goed op de volgende punten.
1. Kijk naar de signalering boven de rijstroken
Controleer regelmatig of jouw rijstrook open is. Een rood kruis betekent dat je de rijstrook niet mag gebruiken. Een pijl kan aangeven dat je van rijstrook moet veranderen.
2. Houd je aan de aangegeven maximumsnelheid
Zie je een lagere snelheid op een matrixbord, pas je snelheid dan op tijd aan. De aangegeven snelheid geldt op dat moment als maximumsnelheid.
3. Let op de verkeerssituatie voor je
Een lagere snelheid of een rood kruis betekent vaak dat er verderop iets aan de hand is. Kijk daarom niet alleen naar het bord zelf, maar ook naar de verkeerssituatie voor je.
4. Blijf opletten wanneer de signalering verandert
Elektronische verkeersborden kunnen worden aangepast terwijl je onderweg bent. Een snelheid kan veranderen of een rijstrook kan worden afgesloten. Blijf daarom goed letten op de actuele signalering.
Elektronische verkeersborden en je navigatie
Moderne auto's en navigatiesystemen geven steeds meer informatie over files, wegwerkzaamheden en andere verkeerssituaties. Toch betekent dit niet dat je de elektronische verkeersborden boven de weg kunt negeren.
De signalering op de weg is afgestemd op de actuele situatie en kan belangrijk zijn voor de verkeersveiligheid. Zie je bijvoorbeeld een rood kruis boven een rijstrook terwijl je navigatie je nog steeds die kant op stuurt, dan moet je het verkeerssignaal volgen.
Gebruik je navigatie dus als hulpmiddel, maar blijf altijd letten op de verkeersborden en signalen op de weg.
Van verkeersbord naar intelligent verkeersnetwerk
Elektronische verkeersborden zijn inmiddels meer dan digitale versies van traditionele verkeersborden. Ze maken deel uit van een groter systeem waarin verkeersgegevens worden verzameld, verwerkt en gebruikt om bestuurders op het juiste moment te informeren.
Ook voertuigen en navigatiesystemen kunnen steeds meer actuele verkeersinformatie ontvangen. Daardoor ontstaat een steeds verder verbonden verkeersnetwerk waarin wegkantapparatuur, verkeerscentrales, voertuigen en navigatiesystemen met elkaar samenwerken.
Voor bestuurders betekent dit vooral dat verkeersinformatie steeds dynamischer wordt. De situatie die je een paar minuten geleden zag, kan inmiddels veranderd zijn. Goed blijven kijken en je rijgedrag aanpassen aan de actuele situatie blijft daarom belangrijk.
Conclusie
Elektronische verkeersborden helpen om bestuurders snel te informeren over veranderingen op de weg. Ze kunnen bijvoorbeeld een lagere maximumsnelheid aangeven, een rijstrook afsluiten of waarschuwen voor een veranderende verkeerssituatie.
De belangrijkste signalen om te herkennen zijn een rood kruis, een pijl en een aangegeven maximumsnelheid. Een rood kruis betekent dat je de betreffende rijstrook niet mag gebruiken. Een pijl kan aangeven dat je van rijstrook moet veranderen en een aangegeven snelheid is een maximumsnelheid waaraan je je moet houden.
Wie de verschillende signalen begrijpt en goed blijft letten op veranderingen, kan veiliger en beter voorbereid deelnemen aan het verkeer. Digitale verkeersinformatie is er uiteindelijk om bestuurders te helpen zich aan te passen aan wat er op dat moment op de weg gebeurt.
.jpg)






