De examinator stelt voor de examenrit een of twee vragen over de auto. Die gaan bijvoorbeeld over de banden, motorvloeistoffen, verlichting of bediening in de auto. Je zakt niet als je een antwoord niet weet.
Dit onderdeel heet de voertuigcontrole. De controle begint zodra je samen met de examinator naar de auto loopt. Meer over het verloop van de examendag lees je in Hoe verloopt het CBR praktijkexamen?
Wat houdt de voertuigcontrole in?

De vragen tijdens de voertuigcontrole vallen grofweg in drie groepen: controles buiten de auto, controles onder de motorkap en controles in de auto. Je krijgt meestal één of twee vragen en hoeft dus niet alle onderdelen te laten zien.
De examinator wil vooral zien dat je begrijpt hoe je veilig en verantwoord met een auto omgaat. Het gaat daarom niet alleen om het uit je hoofd leren van een lijstje. Je moet ook kunnen uitleggen wat je controleert en waarom.
Voor de examenrit doe je ook de ogentest. Je leest daarbij een kenteken van een stilstaande auto op ongeveer 25 meter afstand.
Controles buiten de auto
Bij een controle buiten de auto kan de examinator je bijvoorbeeld vragen om te letten op:
- het bandenprofiel en de bandenspanning;
- de verlichting, zoals dimlicht, grootlicht, remlichten, richtingaanwijzers en mistlichten;
- beschadigingen of vuil op de ruiten, spiegels en lampen;
- vloeistof onder de auto, wat kan wijzen op een lekkage;
- een auto die scheef staat, wat bijvoorbeeld op een lekke band kan wijzen;
- de ruitenwissers en de staat van de wisserrubbers.
Veel van deze zaken kun je al vanaf een paar meter afstand zien. Maak er daarom een gewoonte van om voor het instappen even rond de auto te kijken. Ook tijdens je gewone rijlessen is dit een goede gewoonte.
Bandenprofiel en bandenspanning

Het profiel van een autoband moet minimaal 1,6 millimeter zijn over de hele breedte van het loopvlak. Je kunt dit controleren met de slijtage-indicatoren in de groeven van de band. Dit zijn kleine verhogingen in de groeven.
Wanneer het rubber van de band gelijk komt met zo'n slijtage-indicator, heeft de band zijn minimale profieldiepte bereikt en moet deze worden vervangen.
Voldoende profiel is belangrijk omdat de groeven water kunnen afvoeren. Bij te weinig profiel neemt de kans op aquaplaning toe.
Ook de bandenspanning is belangrijk. De juiste spanning vind je meestal op een sticker in het tankklepje of in de deurstijl. Je kunt de juiste waarde ook terugvinden in het instructieboekje van de auto.
Controleer de bandenspanning bij voorkeur wanneer de banden koud zijn. Tijdens het rijden worden banden warm, waardoor de luchtdruk stijgt en de meting hoger kan uitvallen.
Een te lage bandenspanning kan zorgen voor een langere remweg, extra bandenslijtage en een hoger brandstofverbruik. Controleer de bandenspanning daarom regelmatig, bijvoorbeeld ongeveer één keer per maand.
Controles onder de motorkap
De examinator kan je ook vragen om bepaalde vloeistoffen onder de motorkap te controleren.
Motorolie controleer je met de peilstok. Haal de peilstok eruit, veeg hem schoon met een doek, steek hem volledig terug en haal hem opnieuw eruit. Het oliepeil hoort tussen de minimum- en maximumaanduiding te staan.
Koelvloeistof controleer je via het doorzichtige reservoir. Ook hier moet het niveau tussen de aangegeven minimum- en maximumstreep staan.
Let op: draai de dop van het koelsysteem nooit zomaar open wanneer de motor warm is. Het systeem kan onder druk staan en hete koelvloeistof kan naar buiten komen.
Ruitenwisservloeistof controleer je door naar het reservoir en het aangegeven niveau te kijken. Bij sommige auto's is het niveau niet duidelijk zichtbaar. Dan kun je meestal aan de vulopening of het instructieboekje zien hoe je de vloeistof moet controleren.
Ook remvloeistof heeft een minimum- en maximumaanduiding. Als het niveau opvallend laag staat of steeds verder daalt, laat je de auto controleren. Alleen bijvullen is dan niet altijd de oplossing.
Controles in de auto
Ook in de auto kan de examinator vragen stellen over de bediening. Zorg daarom dat je weet waar je de belangrijkste functies kunt vinden en hoe je ze gebruikt.
Denk bijvoorbeeld aan:
- de binnen- en buitenspiegels;
- de stoel en hoofdsteun;
- de veiligheidsgordel;
- de voorste en achterste mistlamp;
- de achterruitverwarming;
- de ruitenwissers en sproeiers;
- de alarmlichten;
- de claxon.
Je moet de belangrijkste knoppen en bedieningselementen kunnen vinden zonder lang te zoeken. Tijdens het rijden is het belangrijk dat je je aandacht zo veel mogelijk op de weg houdt.
Het is daarom verstandig om deze functies tijdens je rijlessen regelmatig te oefenen. Zo hoef je tijdens het examen niet te twijfelen waar een knop zit.
Lampjes op het dashboard

De examinator kan je ook vragen wat een bepaald controle- of waarschuwingslampje betekent. Het is daarom handig om de belangrijkste kleuren en symbolen te herkennen.
Een rood lampje betekent meestal dat er sprake is van een serieus probleem. Denk bijvoorbeeld aan een probleem met de oliedruk, het remsysteem of de accu. In zo'n situatie moet je stoppen zodra dat op een veilige manier kan.
Een oranje of geel lampje is meestal een waarschuwing. Je kunt vaak nog verder rijden, maar je moet het probleem zo snel mogelijk laten controleren. Het lampje voor de bandenspanning is daar een voorbeeld van.
Groene en blauwe lampjes zijn meestal geen waarschuwingen. Ze geven aan dat een bepaalde functie actief is. Het blauwe lampje kan bijvoorbeeld aangeven dat het grootlicht is ingeschakeld.
Wil je alle belangrijke symbolen bekijken? Lees dan ook De betekenis van dashboardlampjes.
Wat als je het antwoord niet weet?
Je hoeft niet in paniek te raken als je tijdens de voertuigcontrole een antwoord niet weet. De examinator weet dat kandidaten gespannen kunnen zijn en kan je soms een stukje op weg helpen.
Weet je het antwoord uiteindelijk niet, dan betekent dat niet automatisch dat je zakt. De voertuigcontrole bepaalt op zichzelf niet of je slaagt voor het praktijkexamen. De examinator beoordeelt je rijgedrag tijdens de examenrit.
Weet je iets niet zeker? Zeg dan liever eerlijk dat je het niet weet en vertel wat je wel weet. Dat is beter dan zomaar een antwoord gokken.
Checklist voor de ochtend van je examen
- Loop voor vertrek of voor het examen even rond de auto en kijk naar de banden, ruiten en verlichting.
- Vraag je instructeur om de belangrijkste controles onder de motorkap nog een keer met je door te nemen.
- Stel je stoel, spiegels en hoofdsteun rustig af voordat je gaat rijden.
- Controleer na het starten of er waarschuwingslampjes blijven branden.
- Neem je identiteitsbewijs mee.
- Controleer of je theoriecertificaat nog geldig is.
Conclusie
De voertuigcontrole is een klein, maar belangrijk onderdeel van het praktijkexamen. Zorg ervoor dat je weet hoe je de belangrijkste onderdelen van de auto controleert en dat je kunt uitleggen waarom deze controles belangrijk zijn. Oefen dit tijdens je rijlessen, zodat je tijdens het examen met vertrouwen kunt antwoorden. En weet je een keer iets niet? Blijf rustig: je voertuigcontrole bepaalt niet op zichzelf of je slaagt voor je praktijkexamen.







