Op een eenrichtingsweg rijdt al het verkeer dezelfde kant op. Je herkent de weg aan het ronde rode bord met de witte balk aan de gesloten kant en het blauwe bord met de witte pijl aan de kant waar je wel in mag. Links parkeren mag hier wel, anders dan op een gewone weg.
De twee borden horen bij elkaar en staan altijd in dezelfde straat. Meer over de C-borden lees je in alle verkeersborden en hun betekenis.
De borden die bij een eenrichtingsweg horen
Bord C2 is rond, rood, met een witte horizontale balk. In de volksmond heet het verboden in te rijden. De officiële naam is eenrichtingsweg, in deze richting gesloten.

Bord C3 is blauw met een witte pijl recht omhoog. Dat staat aan de andere kant van dezelfde straat en betekent dat je hier wel in mag, in de richting van de pijl.

Bord C4 is de variant met een pijl opzij. Die staat tegenover een zijweg van een T-kruising en laat zien dat de doorgaande weg eenrichtingsverkeer is.
Het verschil met bord C1

Bord C1 is ook rond en rood, maar dan met een helemaal witte binnenkant zonder balk. Dat betekent gesloten in beide richtingen.
Bij C1 staat aan beide kanten hetzelfde bord. Bij C2 staat er aan de overkant een blauw bord, want de weg is alleen vanaf jouw kant dicht.
Dit is een van de meest gemaakte fouten op het theorie-examen. Onthoud het aan de balk: een streep erdoor betekent één richting, geen streep betekent helemaal dicht.
Eenrichtingsweg of verplichte rijrichting?
Een eenrichtingsweg gaat over de hele straat: al het verkeer rijdt dezelfde kant op. De blauwe D-borden gaan over jouw beweging op dat punt, bijvoorbeeld verplicht rechtdoor of verplicht rechtsaf.
Een D-bord kan dus op een gewone tweerichtingsweg staan. Een C3 of C4 zegt iets over de straat waar je in rijdt.
Bij allebei geldt wel hetzelfde gevolg: keren mag er niet, want dat brengt je in de verkeerde richting.
Uitgezonderd fietsers
Onder bord C2 hangt vaak een onderbord met uitgezonderd fietsers of uitgezonderd bromfietsers. Dat heet beperkt eenrichtingsverkeer.
Fietsers mogen dan wel in twee richtingen rijden, jij niet. Reken er in zo'n straat dus op dat er iemand van voren komt, ook al zie jij een eenrichtingsbord.
Voetgangers vallen sowieso niet onder deze borden. C1 en C2 gelden voor voertuigen, ruiters en vee, niet voor mensen te voet.
Parkeren op een eenrichtingsweg
Hier mag je aan beide kanten van de weg parkeren, dus ook links. Er komt immers geen tegemoetkomend verkeer.
Op een gewone tweerichtingsweg parkeer je rechts. Dat verschil is een klassieke examenvraag.
De gewone parkeerverboden blijven natuurlijk gelden. Denk aan een gele streep, een oversteekplaats of een bushalte.
Keren en achteruitrijden
Keren op een eenrichtingsweg heeft geen zin: je zou daarna tegen de toegestane richting in rijden en dat mag niet. Rijd door tot het einde van de straat en draai daar.
Achteruitrijden als onderdeel van een manoeuvre mag wel, bijvoorbeeld om in te parkeren. Je mag alleen niet de straat achteruit terugrijden om eruit te komen.

De fouten die het vaakst gemaakt worden
- C1 en C2 door elkaar halen op het theorie-examen
- Denken dat een eenrichtingsweg ook voor fietsers geldt, terwijl er een onderbord hangt
- Op een tweerichtingsweg links parkeren omdat je dacht dat de straat eenrichting was
- Keren om terug te rijden in plaats van doorrijden naar het einde van de straat
- Bij het invoegen maar één kant op kijken, terwijl er een uitgezonderde fietser aankomt
- De pijl op het blauwe bord niet lezen en toch de verkeerde kant op rijden
Wat doe je als je verkeerd bent ingereden?
Blijf rustig en rijd door tot je veilig kunt keren op een parkeerplaats of een zijstraat. Ga niet abrupt stoppen en rijd niet achteruit de straat uit.
Zet je alarmlichten aan als je langzaam moet rijden. Zo waarschuw je verkeer dat op jou afkomt.
Langs afritten van de snelweg staat bord C2 met het onderbord ga terug. Dat bord wordt na minimaal 100 meter herhaald, juist om spookrijden te voorkomen.
Wil je dit soort borden blind leren herkennen, kijk dan naar de theoriecursus in één dag.







