Het AVB-examen verloopt volgens een vaste structuur.
1. Kennismaking en Controle
Voordat het examen begint, maak je eerst kennis met de examinator. De examinator legt kort uit hoe het AVB-examen verloopt en welke regels tijdens het examen belangrijk zijn. Daarnaast wordt gecontroleerd of je motor technisch in orde is en of je de juiste beschermende motorkleding draagt, zoals een goedgekeurde helm, motorhandschoenen, motorjas, motorbroek en stevige motorschoenen of laarzen.
Ook kijkt de examinator of je veilig en zelfstandig met de motor kunt omgaan voordat de oefeningen beginnen. Dit eerste moment is vaak bedoeld om je op je gemak te stellen en duidelijkheid te geven over wat je kunt verwachten.
2. Uitvoeren van de Oefeningen
Tijdens het examen voer je zeven oefeningen uit die door de examinator worden gekozen uit de vier verschillende clusters. Sommige oefeningen zijn verplicht, zoals de langzame slalom, uitwijkoefening, noodstop en achteruit parkeren.
De examinator legt vooraf duidelijk uit welke oefening je moet uitvoeren en waar je moet starten. Tijdens de oefeningen wordt gelet op verschillende onderdelen, zoals voertuigbeheersing, balans, kijktechniek, snelheid, remgebruik en algemene veiligheid.
Het is belangrijk dat je de oefeningen rustig en gecontroleerd uitvoert. Kleine foutjes zijn niet altijd direct een probleem, zolang je laat zien dat je de motor veilig beheerst.
3. Beoordeling
Na iedere oefening beoordeelt de examinator je uitvoering. Daarbij wordt gekeken naar hoe goed je de motor onder controle houdt en of je de oefening veilig en vloeiend uitvoert.
De examinator let bijvoorbeeld op:
- Juiste kijktechniek
- Balans en stabiliteit
- Beheersing van koppeling, gas en remmen
- Bochtentechniek
- Controle over de motorfiets
- Veiligheid tijdens de oefening
In veel gevallen krijg je direct korte feedback, zodat je weet wat goed ging en waar eventueel verbeterpunten liggen. Het is belangrijk om je na een minder goede oefening opnieuw te focussen op de volgende opdracht.
4. Herkansing
Wanneer een oefening onvoldoende wordt beoordeeld, krijg je meestal één herkansing voor die specifieke oefening. Dit geeft je de mogelijkheid om jezelf te herstellen wanneer zenuwen of een klein foutje invloed hadden op je eerste poging.
Bij de herkansing is het belangrijk om rustig te blijven en niet te veel na te denken over de eerdere fout. De examinator kijkt vooral of je de oefening uiteindelijk veilig en gecontroleerd kunt uitvoeren.
Je hoeft niet alle oefeningen perfect te doen om te slagen. Van de zeven oefeningen moeten er minimaal vijf voldoende zijn, zolang je uit ieder cluster minstens één voldoende behaalt.
5. Uitslag
Na afloop van alle oefeningen bespreekt de examinator direct de uitslag met je. Je hoort meteen of je bent geslaagd voor het AVB-examen.
Wanneer je bent geslaagd, mag je doorgaan naar het volgende onderdeel van het motorrijbewijs: het AVD-examen (praktijkexamen verkeersdeelneming).
Ben je niet geslaagd? Dan bespreekt de examinator meestal welke onderdelen nog extra aandacht nodig hebben. Met extra oefening en ervaring kun je jezelf verder verbeteren en het examen op een later moment opnieuw afleggen.