Theorie-examenvragen 2026: 5 vragen die vaak voorkomen op het theorie-examen in 2026 (deel 2)
Ben je bezig met het voorbereiden van je theorie-examen in 2026? Dan kan het oefenen van de juiste theorie-examenvragen 2026 het verschil maken. Veel kandidaten hebben moeite met lastige situaties, onduidelijke regels of vragen die je inzicht testen in plaats van alleen je geheugen.
In deze blog nemen we 5 veelgestelde vragen door die vaak terugkomen op het theorie-examen in 2026 — inclusief duidelijke uitleg, zodat je precies begrijpt waarom de antwoorden correct zijn.
1. Je wilt linksaf slaan. Moet je de Segway voor laten gaan?
Antwoord: Ja
Deze vraag zorgt bij veel kandidaten voor verwarring. Het belangrijkste detail hier is dat je een onverharde weg verlaat. In zo’n situatie moet je voorrang verlenen aan alle weggebruikers van links én rechts.
Maar hoe zit het met de Segway?
Een Segway wordt gezien als een voertuig (bestuurder), niet als voetganger. Dat betekent dat dezelfde regels gelden als voor andere bestuurders.
Conclusie: Je moet de Segway voor laten gaan.
2. Het heeft gesneeuwd. Met welke banden moet je je rijgedrag aanpassen?
A. Zomerbanden B. Winterbanden C. Beide banden
Antwoord: C. Beide banden
Dit is een klassieke instinkvraag. Veel mensen denken dat winterbanden betekenen dat je je rijgedrag niet hoeft aan te passen, maar dat klopt niet.
Bij slechte weersomstandigheden, zoals sneeuw, moet iedere bestuurder zijn rijgedrag aanpassen, ongeacht de banden.
Conclusie:
Ook met winterbanden moet je voorzichtiger rijden.
Antwoord C (beide banden) is correct.
3. Je mede-passagier heeft een gebroken been. Mag je hier parkeren?
Antwoord: Nee
In deze situatie parkeer je op een gehandicaptenparkeerplaats.
Je mag hier alleen parkeren als je een officiële gehandicaptenparkeerkaart hebt.
Een passagier met een gebroken been geeft je dat recht niet automatisch.
Conclusie: Geen kaart = niet parkeren. Je mag hier niet parkeren.
4. Wat kun je hier verwachten? (meerdere antwoorden mogelijk)
A. Personenauto’s B. Bussen C. Campers D. Brommobielen
Antwoord: A, B en C
De afbeelding toont een snelweg, herkenbaar aan onder andere de vluchtstrook, vangrails en groene borden.
Op een snelweg geldt:
De minimumsnelheid is 50 km/u
Alleen voertuigen die 50 km/u of harder mogen én kunnen rijden, zijn toegestaan
We bekijken de opties:
Personenauto’s → Toegestaan
Bussen → Toegestaan
Campers (kampeerauto’s) → Toegestaan
Brommobielen (max 45 km/u) → Niet toegestaan
Conclusie: A, B en C zijn correct.
5. Het is 20:00 uur. Wat is de maximumsnelheid?
Antwoord: 130 km/u
Je rijdt hier op een snelweg. Normaal geldt daar een maximumsnelheid van 130 km/u.
Er staat echter een bord:
100 km/u tussen 06:00 en 19:00 uur
Omdat het in de vraag 20:00 uur is, geldt deze beperking niet meer.
Conclusie:
Buiten de aangegeven tijden geldt de normale snelheidslimiet van de snelweg.
Het juiste antwoord is 130 km/u.
Let op: lading (zoals een dakkoffer of fietsen) verandert de maximumsnelheid niet.
Klaar om je theorie-examen te halen?
Het oefenen van deze theorie-examenvragen 2026 geeft je een groot voordeel, maar echt slagen doe je door de verkeersregels goed te begrijpen.